Eten is voor de meeste mensen een vanzelfsprekend deel van het leven. Maar voor mij is het altijd meer geweest dan dat. Al zolang ik me kan herinneren, draait eten om controle. Het was een constante puzzel: wat mag ik eten, wat voelt veilig, wat kan ik niet verdragen? Ik dacht dat dit simpelweg mijn persoonlijkheid was, een eigenaardigheid. Totdat de woorden eetstoornis en later het vermoeden van ASS (autismespectrumstoornis) vielen. Het was alsof ik voor het eerst écht begon te begrijpen waarom mijn relatie met eten zo ingewikkeld is.

Eten als manier om grip te krijgen
Al mijn hele leven ben ik op zoek naar grip, naar orde in een wereld die overweldigend en chaotisch voelt. Eten werd daar al vroeg een onderdeel van. Als kind was ik extreem kieskeurig. Texturen, smaken en geuren konden me volledig uit balans brengen. Een maaltijd voelde soms als een gevecht, niet alleen met mezelf, maar ook met mijn omgeving.

Eten was iets wat ik kon controleren. Als alles om me heen chaotisch voelde, kon ik in elk geval bepalen wat ik in mijn mond stopte. Maar die controle sloeg door. Ik stelde strenge regels op: over wanneer ik mocht eten, hoeveel en wat precies. Als ik me daar niet aan hield, voelde ik me volledig uit evenwicht. Het leek alsof mijn hele wereld instortte.

Jarenlang dacht ik dat mijn gedrag rond eten normaal was. Iedereen heeft toch een beetje moeite met bepaalde texturen of voedselcombinaties?

De eerste confrontatie: het label eetstoornis
Tot ik in december 2022 bij de schoolarts moest en die het woord eetstoornis uitsprak. Ik voelde weerstand. Een eetstoornis? Dat ging toch over calorieën tellen of een slecht zelfbeeld? Dat had ik niet… toch? Of toch wel? Hoe meer we spraken, hoe meer ik me realiseerde dat mijn controlezucht, mijn rigide eetgewoontes en mijn verstoorde lichaamsbeeld precies in dat plaatje pasten. Eten was mijn manier om een chaotische wereld begrijpelijk te maken – maar het was ook een kooi waar ik niet uit kon ontsnappen.

ASS: een mogelijke verklaring
De diagnose eetstoornis was het begin, maar niet het volledige verhaal. Hoe meer we spraken over mijn gedrag en mijn drang naar controle, hoe meer we beseften dat er een dieperliggende oorzaak moest zijn. Tijdens gesprekken over mijn gevoeligheid voor prikkels, mijn neiging tot vastgeroeste routines en mijn moeite met sociale situaties, kwam het afgelopen jaar het vermoeden van ASS naar voren.

En eerlijk is eerlijk: toen de neuroloog dat voor het eerst zei, vielen er bij mij – en de rest van mijn medische team – een paar puzzelstukjes op hun plaats. Mijn overprikkeling, mijn behoefte aan structuur en mijn gecompliceerde relatie met eten – ineens viel alles in elkaar.

Vandaag de dag zijn we nog volop aan het onderzoeken, maar ASS zou wel eens een verklaring kunnen zijn voor mijn levenslange moeilijkheden met al deze dingen. Mijn eetstoornis was niet zomaar een geïsoleerd probleem; het is een uiting van hoe mijn brein werkt.

Een nieuw begin
Het label eetstoornis en het vermoeden van ASS hebben me geholpen om mezelf beter te begrijpen. Het geeft mijn worsteling een naam en een context, en dat veranderd veel. Ik weet nu dat mijn strijd met eten niet voortkomt uit zwakte, maar uit een diepgewortelde behoefte aan structuur en veiligheid.

Mijn reis is nog lang niet voorbij. Maar ik weet nu dat ik niet alleen ben en dat er mensen zijn die deze strijd herkennen. Als jij jezelf herkent in mijn verhaal: weet dat het oké is om hulp te zoeken. Het is oké om te erkennen dat je worstelt, en het is oké om jezelf de ruimte te geven om te groeien.

Eten hoeft niet perfect te zijn. Het mag simpelweg eten zijn. En dat is een les die ik elke dag opnieuw probeer te leren.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *